What is the New Way of Working (NWW / HNW) -and what not?

IBM’s Tom Watson Sr, viewed people as the most important asset of his company. In The Netherlands, Eckart Wintzen’s BSO applied the New Way of Working (NWW) in the eighties.

NWW requires an open-minded, result driven business culture and organizational ethics. Essential is the fact that processes and management style are adapted to this result-driven mentality. NWW is not a goal in itself, but then again neither is controlling people. Why would you control actions of people if you can focus on controlling RESULTS? Would you like your people to be pro-active? You get your people to be pro-active by enabling them to grow and to take responsibility for their actions. Control their results, not their behavior.

A coach challenges people to decide and act, based on an individual’s personal responsibility and consciousness, within clear boundaries.

And that’s also what NWW is all about. The key factor is results. That’s why NWW not only regards profit, it also regards how you spend your resources like money, energy and time, wasted by commuting for example.

I can work virtually anywhere. I like to be measured by financial, social and ecological results. I believe I should challenge people to be more (time) efficient, productive and as a consequence, more happy!

How would you value people that manage themselves, that feel responsible for their projects, that use chat, e-mail, mobile Internet and social networks for their own productivity as well as for the company’s benefit? The place where people work is irrelevant as long as they communicate effectively. You as a manager or leader would get the bird’s eye view and what would you like better than that?

Coach your people for they will grow, show responsibility and they will do whatever it takes to reach their goals -and yours.
———————————————————————-
Note: I wrote this 300 word-essay during the FD Career Challenge 2011 that resulted in me being one of the 50 finalists. I was rewarded with a mini-MBA at Nyenrode Business Universiteit.

“Ik weet wat je denkt”

“Ik weet wat je denkt.”
Het is lang geleden dat iemand dat tegen me zei en ik kan me het nog goed herinneren. Het was mijn rij-instructeur. Ik weet niet of hij nog leeft. Zijn auto was een rijdende asbak, ruikte continu naar de doorrookte kroeg waar ik tijdens mijn studie werkte.

Hij is zelfs tijdens een van mijn lessen in slaap gevallen. Ik tikte toen opzettelijk met een voorband een stoepje aan en de beste man schrok zich wezenloos. Ik lachen natuurlijk. Hij boos.

Maar hij dacht dus zeker te weten wat ik dacht. “Mis!” dacht ik toen. Ik denk niet dat mensen de pretentie moeten hebben dat ze denken te weten wat iemand anders denkt. En hij zeker niet. Sterker nog, mensen zijn zich vaak niet eens bewust wat ze zelf onbewust denken.

De reden dat hij dit zei was overigens erg triviaal en daardoor voor hem zeker niet zekerder in te schatten. Ik liet het gaspedaal los omdat het licht 50 meter verderop op rood stond. Leek me logisch. Ik doe het nog steeds. En nog steeds zijn er mensen achter me die het gas erop houden en me van achteren naderen. Maar dat is een ander verhaal. Dat heeft weer met ego te maken.

De instructeur dacht dat ik mijn gaspedaal met een speciale reden los liet. Dat klopte wel maar met een andere reden dan door hem voorzien. Zijn aanname was dat ik dat deed omdat ik dacht dat het licht vanzelf op groen zou springen. Dat was uiteraard een ideale gelegenheid voor hem om mij zijn kennis over de werking van verkeerslichten tentoon te spreiden. Het licht zou namelijk pas op groen springen zodra de lus onder het wegdek, vlak vóór het licht, een auto detecteerde.

“Dat maakt mij niet zoveel uit”, antwoordde ik hem. Dat -en dat wist ik- irriteerde hem. Ik bleek namelijk niet zo geïnteresseerd in zijn college over stoplichten en daar was eigenlijk ook een goede reden voor. Hoe de logica achter de rode en groene lampen ook zou werken, het maakte mij echt niet uit. “Waarom zou ik dan gas blijven geven?”, voegde ik nog aan de discussie toe. Nu werd hij licht opgewonden van irritatie. Hij sloeg me om de oren met kreten van verbazing en onbegrip. Dat ik dat niet begreep. Dat ik het niet van hem aan wilde nemen.

Maar daar ging het natuurlijk eigenlijk helemaal niet om. Ik vind het helemaal niet nodig om voor een rood licht gas te blijven geven. En dat wist hij niet. En hij vroeg er ook niet naar. Zijn enige doel was om mij zijn standpunt te laten zien. Dat had ik natuurlijk allang door. Maar zonder dat hij ernaar zou vragen zou ik mijn beweegredenen niet prijsgeven.

Je begrijpt natuurlijk dat ik met deze instructeur mijn rijbewijs niet gehaald heb. Dat gebeurde een paar jaar later bij een communicatief zeer sterke en didactisch goed ontwikkelde instructeur.

De moraal van het verhaal.
Het gaat in essentie niet om de triviale feitelijkheden die ik hierboven beschrijf. Naar analogie van het boek “Zen en de kunst van het motoronderhoud” (een echte aanrader) beschrijf ik hier miscommunicatie van twee mensen die elkaar niet begrijpen, willen of kunnen begrijpen. Dit verhaal is toevallig echt gebeurd maar ik had het ook kunnen verzinnen. Het gaat om de onderlinge communicatie.

Maar een ding: Denk nooit zeker te weten wat de ander denkt. En zelfs als dat wel zo is, Dan is dat niet de essentie. De essentie is wat het met jou en met de ander doet en wat jij en de ander erbij voelt.

Mensen willen gezien worden

Als je op straat loopt, kom je veel verschillende mensen tegen. Eigenlijk is iedereen verschillend natuurlijk. Maar als je hardloopt, of in mijn geval jogt, dan kom je nog veel meer mensen tegen.

Joggers en hardlopers zijn natuurlijk rare mensen. Ze verwachten eigenlijk dat iedereen voor ze opzij gaat en eigenlijk is dat best begrijpelijk. Iedereen die wel eens hardloopt, weet waarom. Je verandert hardlopend nu eenmaal niet zo gauw van koers en iemand die staat of wandelt doet dat veel sneller.

Soms lijkt het wel of je als hardloper een bepaalde aantrekkingskracht bezit. Ook best begrijpelijk, want zo’n rode broek valt op en dat door de zon wit uitgeslagen haar ook. En je hoeft geen 100 kilo te wegen zoals ik om op te vallen. Sommige hardlopers zijn heel knap. Ik niet. En wat ook opvalt is de sweater die enigszins ritmisch met de Nokia MP3-speler annex workout-computer meebeweegt.

Gek eigenlijk, dat als je zó opvalt, sommige mensen je compleet lijken te missen. Lijken, want ik kan hun gezicht zien, zij de mijne dus ook. En dan heb je van die types die dan juist in de weg lijken te gaan staan. Alsof ze zeggen willen: “Ja, sloof jij je maar uit met dat jaren-tachtig hoofdbandje van je, ik ga mooi niet voor je opzij. Je zal merken dat ik hier sta. Zo!” Ik vul nu iemand anders zijn gedachten in. Helemaal verkeerd natuurlijk. Maarja, je moet wat.

Je vraagt je namelijk toch af hoe het komt dat sommige mensen keurig een stapje inhouden of opzij doen en anderen, terwijl ze je soms recht in de ogen kijken lomp stil blijven staan alsof ze water in de fik zien staan. Lees nu even de titel van deze column.

En dat is echt zo. Steeds weer blijkt uit onderzoek dat het diepste verlangen van de mens is om erkend, gezien en gerespecteerd te worden.

Maar da’s logisch…